1. Het bevel tot bewaring is van kracht gedurende een door de rechter-commissaris te bepalen termijn van ten hoogste acht dagen, die ingaat op het ogenblik van de tenuitvoerlegging.

  2. Op de vordering van de officier van justitie kan de rechter-commissaris de geldigheidsduur van het bevel eenmaal voor een termijn van ten hoogste acht dagen verlengen.

  3. De rechter-commissaris hoort de verdachte, indien hij daartoe gronden aanwezig acht.