1. Tijdens de periode van inverzekeringstelling kan de verdachte, onverminderd het bepaalde in artikel 89, de rechter-commissaris schriftelijk om zijn invrijheidstelling verzoeken. De rechter-commissaris hoort de verdachte en de officier van justitie, indien hij daartoe gronden aanwezig acht.

  2. Op het verzoek wordt zo spoedig mogelijk beslist. Indien de rechter-commissaris de vrijheidsontneming onrechtmatig oordeelt, gelast hij de onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte.