1. In het bovengemeld register wordt ter zijde van de inschrijving aangetekend de dag en het uur waarop het verblijf van de gevangene of verpleegde in de inrichting ophoudt, met vermelding van de beslissing krachtens welke, of van enige andere oorzaak ten gevolge waarvan dit plaatsheeft.

  2. Het hoofd van de inrichting ondertekent de inschrijving alsmede de aantekeningen in dit artikel bedoeld.