1. Indien, ondanks de psychiatrische aandoening van de veroordeelde, de tenuitvoerlegging van andere dan bij artikel 616 bedoelde straffen mogelijk is, wordt de curator op de gewone wijze tot voldoening aan het vonnis uitgenodigd. Zo de veroordeelde nog geen curator heeft, wordt deze zo nodig te dien einde op de vordering van het openbaar ministerie benoemd.

  2. Ten aanzien van de vervangende straf is artikel 616 van toepassing.