1. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de in artikel 583 bedoelde vordering bepaalt de voorzitter van het Hof het tijdstip waarop het Hof een aanvang zal maken met de behandeling van de vordering. Tussen de dag waarop de mededeling om ter terechtzitting te verschijnen aan de veroordeelde is betekend en die van de terechtzitting moet een termijn van ten minste tien dagen verlopen.

  2. Met toestemming van de veroordeelde kan deze termijn worden verkort, mits van deze toestemming uit een schriftelijke verklaring blijkt.