1. Tot het in behandeling nemen van verzoeken als bedoeld in de artikelen 579a tot en met 579c, is bevoegd de procureur-generaal.

    Verzoeken als bedoeld in het eerste lid worden, zo zij niet tot de procureur-generaal zijn gericht, door de geadresseerde onverwijld aan hem doorgezonden.

    Klaagschriften als bedoeld in artikel 150, alsmede rechtsgedingen als bedoeld in artikel 154a, dienen in eerste en laatste instantie te worden aanhangig gemaakt bij Hof.