1. De procureur-generaal is bevoegd de voorlopige aanhouding overeenkomstig artikel 575 te bevelen.

  2. De veroordeelde wordt na zijn voorlopige aanhouding binnen vierentwintig uur voor de procureur-generaal geleid.

  3. De procureur-generaal kan, na de veroordeelde te hebben gehoord, bevelen dat hem gedurende achtenveertig uur, te rekenen van het tijdstip van de voorlopige aanhouding, voorlopig verder zijn vrijheid wordt ontnomen.

  4. Deze termijn kan door de procureur-generaal eenmaal met achtenveertig uur worden verlengd.

  5. De veroordeelde kan te allen tijde door de procureur-generaal in vrijheid worden gesteld.