1. De officier van justitie is bevoegd de verdachte te doen aanhouden, en hem onverwijld te doen geleiden voor de rechter-commissaris.

  2. De officier van justitie is eveneens bevoegd getuigen, deskundigen en tolken te doen oproepen om te verschijnen voor de rechter-commissaris. De oproeping kan ook mondeling door een deurwaarder of schriftelijk door een ambtenaar van politie geschieden; de officier kan ook zelf mondeling oproepen.

  3. De verdachte wordt met het oog op het onderzoek op last van de officier van justitie op een door hem aan te wijzen plaats opgehouden, gedurende ten hoogste acht dagen.