1. De schipper geeft onverwijld en op de snelst mogelijke wijze kennis aan de officier van justitie van elk misdrijf aan boord begaan, waardoor de veiligheid van het vaartuig of van de opvarenden in gevaar is gebracht of waardoor iemands dood of zwaar lichamelijk letsel is veroorzaakt.

  2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder vaartuig begrepen een installatie ter zee en wordt onder een misdrijf, aan boord begaan, begrepen een misdrijf, begaan op zulk een installatie.

  3. Artikel 522, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.