Een aangehouden verdachte wordt onverwijld overgeleverd:

  1. door een ieder aan de officier van justitie, indien deze ter plaatse aanwezig is;

  2. door de commandant, de schipper of de gezagvoerder van een luchtvaartuig aan een opsporingsambtenaar, indien deze ter plaatse aanwezig is;

  3. door een opvarende die geen opsporingsambtenaar is, aan de schipper en door een inzittende van een luchtvaartuig die geen opsporingsambtenaar is, aan de gezagvoerder van het luchtvaartuig;

  4. door anderen aan een opsporingsambtenaar of aan een commandant.