1. Rechters die verklaard hebben zich te willen verschonen of wier wraking wordt voorgedragen, onthouden zich, op straffe van nietigheid, van deelneming aan de beslissing van het Hof over de verschoning of wraking.

  2. Ingeval de verschoning of wraking eerst tijdens het onderzoek op de terechtzitting van het Hof wordt voorgedragen, wordt ter vervanging van elk lid dat verlangt verschoond te worden of wiens wraking voorgedragen wordt, door de president van het Hof een rechter aangewezen om met de overige leden over de verschoning of wraking te beslissen.