1. Het rechtsgeding wordt in het openbaar behandeld, tenzij de verdachte of diens medeverdachten op het tijdstip waarop de vervolging tegen hen is aangevangen de leeftijd van zestien jaren nog niet hebben bereikt. In dat geval kan de rechter tot bijwoning van deze niet-openbare terechtzitting bijzondere toegang verlenen.

  2. De rechter kan om gewichtige bij het proces-verbaal van de terechtzitting te vermelden redenen bepalen, hetzij ambtshalve, hetzij op de vordering van het openbaar ministerie of op het verzoek van de verdachte of diens raadsman, dat het rechtsgeding, indien dit ingevolge het bepaalde in het eerste lid met gesloten deuren moet plaatsvinden, geheel of gedeeltelijk in het openbaar zal worden gehouden.