1. Als verdachte wordt aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit.

  2. Gedurende de vervolging wordt als verdachte aangemerkt degene tegen wie de vervolging is gericht.

  3. De aan de verdachte toekomende rechten komen tevens toe aan de veroordeelde tegen wie een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld of te wiens aanzien op een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht BES niet onherroepelijk is beslist.