1. Acht het Hof de aanvrage niet gegrond, dan wijst het die bij met redenen omklede uitspraak af.

  2. Acht het Hof de aanvrage gegrond, dan beveelt het de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde en verwijst het de zaak op de voet van het bepaalde bij artikel 457, ten einde hetzij het gewijsde te handhaven, hetzij met vernietiging daarvan de verdachte vrij te spreken of als niet-strafbaar te ontslaan van alle rechtsvervolging, het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren of de verdachte opnieuw te veroordelen met toepassing van de minder zware strafbepaling.

  3. Ten aanzien van de veroordeelde die krachtens het gewijsde vrijheidsstraf ondergaat, is het tweede lid van artikel 457 toepasselijk.