1. Indien de aanvrage betreft het geval vermeld in artikel 453, eerste lid, onderdeel a, vernietigt het Hof, na de aanvrage gegrond te hebben bevonden, bij met redenen omklede beschikking de vonnissen, met verwijzing van de zaken naar de openbare terechtzitting, te houden op een door de voorzitter te bepalen dag ten einde die gelijktijdig opnieuw te onderzoeken en daarin bij een en dezelfde uitspraak recht te doen, zonder dat echter de straf zwaarder mag zijn dan die welke bij de vernietigde vonnissen is opgelegd.

  2. Indien de veroordeelde krachtens het vernietigde vonnis een vrijheidsstraf ondergaat en het Hof geen vrijheidsstraf oplegt, wordt hij onverwijld in vrijheid gesteld, behoudens het bepaalde bij artikel 465.

  3. Indien het Hof de aanvrage niet gegrond acht, wijst het die bij met redenen omklede beschikking af.