1. De aanvrage tot herziening wordt bij het Hof van Justitie aangebracht door het indienen van een vordering door de procureur-generaal of door het indienen van een verzoekschrift door een veroordeelde te wiens aanzien het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan of door zijn advocaat. De instantie die ingevolge artikel 61, eerste lid, met de toevoeging is belast, kan hem met overeenkomstige toepassing van de artikelen 61, tweede en derde lid, 63, tweede, derde en zesde lid, 64, eerste lid, en 65 tot en met 69, een advocaat toevoegen.

  2. Artikel 446 is van overeenkomstige toepassing.