1. Van iedere verklaring of indiening, als bedoeld in de artikelen 445 en 446, maakt de griffier een akte op, die hij met degene, die de verklaring aflegt of het bezwaarschrift inlevert, ondertekent. Indien deze niet kan tekenen, wordt de oorzaak van het beletsel in de akte vermeld.

  2. De schriftelijke volmacht, in artikel 446 bedoeld, of, zo zij voor een notaris in minuut is verleden, een authentiek afschrift daarvan, wordt aan de akte gehecht.

  3. Van elk aangewend rechtsmiddel wordt dadelijk aantekening gedaan in een daartoe bestemd op de griffie berustend register, dat door de belanghebbenden kan worden ingezien.