1. De verdachte, die zich ter zake van het feit in voorlopige hechtenis bevindt in een ander eilandgebied dan waar het Hof zitting houdt, wordt, nadat hij zijn verklaring heeft afgelegd, of nadat de officier van justitie hoger beroep heeft ingesteld en de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, ten spoedigste overgebracht naar het eilandgebied waar het Hof zitting houdt.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing, indien de verdachte behoort tot hen die in een bepaalde afdeling moeten worden ondergebracht, en een zodanige afdeling ontbreekt in het huis van bewaring van het eilandgebied waar het Hof zitting houdt.