1. De rechter is bevoegd en, op de vordering van de officier van justitie of op het verzoek van de verdachte of zijn raadsman, verplicht schriftelijk vonnis te wijzen.

  2. De uitspraak mag alsdan in geen geval later plaatsvinden dan op de eenentwintigste dag na de sluiting van het onderzoek. Artikel 388, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.