1. Indien de zaak aanhangig is gemaakt door oproeping, doet de officier van justitie, indien de oproeping enkel inhoudt een korte aanduiding van het feit, dat ten laste wordt gelegd, ter terechtzitting bij de aanvang van het onderzoek mondeling of, na voorlezing, schriftelijk nadere opgave van het feit, dat de verdachte ten laste wordt gelegd. De nadere opgave beantwoordt op straffe van nietigheid aan de korte aanduiding van het feit in de oproeping, behoudens verbetering of aanvulling.

  2. De oproeping, zo nodig door de officier van justitie ter terechtzitting verbeterd of aangevuld, geldt wat betreft de grondslag voor de verdere vervolging, als dagvaarding.

  3. Op verlangen van de rechter of van de verdachte wordt de nadere opgave hem op schrift gegeven.