1. Indien het bewijs mede wordt aangenomen op de verklaring van één getuige als bedoeld bij artikel 250, tweede lid, of van een getuige, die is verhoord op de voet van het bepaalde in artikel 261, geeft het vonnis daarvan in het bijzonder reden.

  2. Indien na schorsing van de vervolging wegens een geschilpunt van burgerlijk recht van de uitspraak van de burgerlijke rechter wordt afgeweken, geeft het vonnis ook daarvan in het bijzonder reden.

  3. Alles op straffe van nietigheid.