1. De raadkamer is bevoegd de nodige bevelen te geven, opdat het onderzoek dat aan haar beslissing vooraf moet gaan, overeenkomstig de bepalingen van dit wetboek zal plaatsvinden.

  2. De raadkamer zal, alvorens te beslissen, het openbaar ministerie horen en kan zich door de rechter-commissaris, die in de zaak betrokken is geweest, schriftelijk of mondeling doen inlichten.

  3. Zij is bevoegd de overlegging van processtukken en stukken van overtuiging te bevelen.

  4. Het horen kan ook aan een van de leden of plaatsvervangende leden van het Hof van Justitie of aan rechtersplaatsvervanger in eerste aanleg van het gebied waar de te horen persoon zich bevindt, worden opgedragen. In dat geval is artikel 42 van overeenkomstige toepassing.