1. Indien het Hof het houden van een schouw of het horen van getuigen of verdachten elders dan in de rechtszaal noodzakelijk acht, kan zij te dien einde, met schorsing van de zaak, bevelen dat de terechtzitting tijdelijk zal worden verplaatst.

  2. Het Hof is bevoegd daartoe met de personen door haar aangewezen elke plaats te betreden. Van het binnentreden in een woning zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner wordt binnen tweemaal vierentwintig uren proces-verbaal opgemaakt. Artikel 163, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  3. Het Hof is bevoegd, naar aanleiding van de gesteldheid van de plaats waar de tijdelijke terechtzitting zal worden gehouden, de nodige voorschriften te geven voor de wijze van behandeling van de zaak op die terechtzitting.