1. Indien in de telastelegging voor de opgave van het feit is volstaan met een omschrijving als bedoeld in artikel 285, derde lid, wordt die opgave alsnog in overeenstemming gebracht met de in het eerste en tweede lid van dat artikel gestelde eisen.

  2. De artikelen 355, met uitzondering van de laatste volzin van het derde lid, en 356 vinden overeenkomstig toepassing.