1. De tolk wordt, alvorens met zijn werkzaamheden aan te vangen, beëdigd.Artikel 250, tweede lid, betreffende vervanging van de beëdiging door een aanmaning is, van overeenkomstige toepassing.

  2. Van degene, die op de vordering van het openbaar ministerie door het Hof van Justitie als vaste gerechtelijke tolk is beëdigd, wordt geen nadere eed gevorderd.

  3. Geen van de getuigen, medeverdachten, leden van het openbaar ministerie of rechters wordt als tolk toegelaten.