1. Wanneer de rechter in eerste aanleg het proces-verbaal, houdende de verklaring die door een getuige op de voet van het bepaalde in het vierde lid van artikel 261 is afgelegd, niet tot het bewijs van het strafbare feit heeft toegelaten, vindt artikel 339 in hoger beroep overeenkomstige toepassing.

  2. Is een niet eerder verhoorde getuige alsnog, na een daartoe strekkende beslissing van de rechter in eerste aanleg, door de rechter-commissaris met toepassing van het vierde lid van artikel 261 verhoord, dan vindt artikel 338 in hoger beroep overeenkomstige toepassing.