1. Alle bepalingen in deze titel ten aanzien van getuigen en hun verklaringen, zijn ook van toepassing ten aanzien van deskundigen en hun verklaringen, behoudens:

    1. dat de deskundige wordt beëdigd op de wijze als in artikel 45 voor deskundigen is voorgeschreven;

    2. dat artikel 327 niet van toepassing is;

    3. dat gijzeling niet is toegelaten.

  2. De verklaringen en verslagen van deskundigen zijn met redenen omkleed.

  3. De deskundigen zijn verplicht de door het Hof gevorderde diensten te bewijzen.

  4. Van degene die, op de vordering van het openbaar ministerie, door het Hof van Justitie als vaste gerechtelijke deskundige is beëdigd, wordt ter zake van het uitbrengen van een verslag geen nadere eed gevorderd.