1. Op gelijke wijze als bij artikel 331 bedoeld, kan de voorzitter bevelen dat een of meer verdachten de rechtszaal zullen verlaten, opdat een getuige buiten hun tegenwoordigheid zal worden ondervraagd.

  2. In dat geval wordt de verdachte onmiddellijk op de hoogte gesteld van hetgeen in zijn afwezigheid is voorgevallen en eerst daarna met het onderzoek voortgegaan.