1. Het onderzoek wordt onafgebroken voortgezet.

  2. Het Hof kan echter het onderzoek wegens de uitgebreidheid of de duur daarvan, of voor het nemen van rust, onderbreken.

  3. Het Hof is voorts bevoegd, indien dit door het belang van het onderzoek wordt gevorderd, met of zonder tijdsbepaling, de schorsing van het onderzoek te gelasten.

  4. De schorsing met tijdsbepaling kan zo nodig telkens voor een bepaalde tijd worden verlengd.

  5. De reden van de onderbreking of schorsing wordt in het proces-verbaal vermeld.