1. Indien het feit niet tot de kennisneming van het Hof behoort, verklaart het zich onbevoegd.

  2. Is de officier van justitie niet ontvankelijk, het feit waarop de dagvaarding betrekking had, of de verdachte niet strafbaar, of onvoldoende aanwijzing van schuld aanwezig, dan stelt het Hof de verdachte ten aanzien van de gehele telastelegging of voor een bij de beschikking nader aan te duiden gedeelte van de telastelegging buiten vervolging. In het geval, bedoeld in artikel 39, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht BES, kan tevens gegeven worden de last, bedoeld in het tweede lid van dat artikel.

  3. In alle andere gevallen verklaart het Hof het bezwaarschrift niet ontvankelijk of ongegrond.

  4. De beschikking van het Hof wordt onverwijld aan de verdachte ter kennis gebracht. Indien de verdachte in raadkamer verschijnt, kan de beslissing hem worden meegedeeld.

  5. Wanneer de beschikking waarbij de verdachte ten aanzien van de gehele telastelegging buiten vervolging wordt gesteld, onherroepelijk is geworden, vervalt een reeds uitgebrachte dagvaarding. Wanneer de beschikking waarbij de verdachte voor een gedeelte buiten vervolging wordt gesteld, onherroepelijk is geworden, brengt de officier van justitie de dagvaarding in overeenstemming met die beschikking.