1. Indien de dagvaarding is ingetrokken, zonder dat de verdachte een kennisgeving van niet verdere vervolging is betekend, stelt de rechter op het verzoek van de verdachte, de officier van justitie een termijn waarbinnen hetzij tot dagvaarding, hetzij tot kennisgeving van niet verdere vervolging moet worden overgegaan. De verdachte wordt op het verzoek gehoord. Artikel 282, vierde en vijfde lid, is van toepassing.

  2. De termijn kan op de vordering van de officier van justitie door de rechter telkens voor een bepaalde tijd worden verlengd.