1. Indien een gerechtelijk vooronderzoek niet heeft plaatsgehad, doch wel voorlopige hechtenis is toegepast, doet de officier van justitie, zodra de zaak tot klaarheid is gebracht, hetzij de verdachte kennisgeven dat hij hem ter zake van het feit, waarvoor de voorlopige hechtenis is toegepast, niet verder zal vervolgen, hetzij hem dagvaarden ter terechtzitting.

  2. De rechter-commissaris kan, op het verzoek van de verdachte, de officier van justitie eenmaal een termijn stellen van ten hoogste een maand, binnen welke deze tot kennisgeving of dagvaarding overeenkomstig de bepaling van het eerste lid moet overgaan.

  3. De verdachte wordt op het verzoek gehoord.

  4. Het tweede en derde lid van artikel 277 zijn van toepassing.

  5. De verplichting tot kennisgeving of dagvaarding vervalt, indien binnen de gestelde of verlengde termijn een gerechtelijk vooronderzoek is geopend.