1. Indien het gerechtelijk vooronderzoek is gesloten, doch het onderzoek op de terechtzitting nog niet is aangevangen, kan de rechter in eerste aanleg, op de vordering van de officier van justitie of op het verzoek van de verdachte, de rechter-commissaris het verrichten van bepaalde handelingen van nader onderzoek opdragen.

  2. De vordering van de officier van justitie en het verzoek van de verdachte bevatten, op straffe van niet-ontvankelijkheid met redenen omkleed, een nauwkeurige opgave van de handelingen van onderzoek die door de rechter-commissaris dienen te worden verricht.

  3. Indien de rechter daartoe gronden aanwezig acht, hoort hij de officier van justitie of de verdachte, tenzij hij de vordering of het verzoek aanstonds niet ontvankelijk of ongegrond acht.

  4. Het door de rechter-commissaris te verrichten nader onderzoek geldt als een gerechtelijk vooronderzoek en wordt gevoerd overeenkomstig de artikelen 226 tot en met 272.