Indien de rechter-commissaris oordeelt dat het gerechtelijk vooronderzoek is voltooid of dat tot voortzetting daarvan geen grond bestaat, of wel indien de officier van justitie hem schriftelijk meedeelt dat van verdere vervolging wordt afgezien, sluit hij het onderzoek bij een beschikking waarin de reden van de sluiting is vermeld, en doet hij deze aan de officier van justitie toekomen en aan de verdachte betekenen. Tegen deze beschikking is geen voorziening toegelaten.