1. Indien de getuige verhinderd is te verschijnen, kan zijn verhoor geschieden op de plaats waar hij zich ophoudt.

  2. De rechter-commissaris kan daartoe met de personen door hem aangewezen, en met inachtneming van de bepalingen van artikel 232 elke plaats betreden, met uitzondering van een woning, tot het binnentreden waarvan de bewoner niet uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven.