1. De rechter-commissaris kan, hetzij op de vordering van de officier van justitie, hetzij op het verzoek van de verdachte of diens raadsman, ten einde de plaatselijke toestand of enig voorwerp te schouwen, met de personen door hem aangewezen, elke plaats betreden met uitzondering van een woning, tot het binnentreden waarvan de bewoner niet uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven.

  2. De rechter-commissaris kan in overleg met de officier van justitie bepalen, dat de verdachte, de getuigen en deskundigen ter plaatse zullen worden verhoord.