Onverminderd het bepaalde in artikel 261, nodigt de rechter-commissaris, indien naar zijn oordeel het gegrond vermoeden bestaat dat de getuige of de deskundige niet ter terechtzitting zal kunnen verschijnen, de officier van justitie, de verdachte en de raadsman tot bijwoning van het verhoor uit, tenzij het belang van het onderzoek geen uitstel van het verhoor gedoogt.