1. Telkens ter gelegenheid van het eerste verhoor van de verdachte, nadat een vordering als vermeld in de artikelen 221, 222 en 224, derde en vierde lid, is ingekomen, dan wel een beschikking als bedoeld in artikel 222, tweede lid, is gegeven, wordt hem door de rechter-commissaris een afschrift van die vordering of beschikking ter hand gesteld.

  2. De rechter-commissaris kan echter bevelen, dat de vordering of de beschikking reeds voor het verhoor aan de verdachte zal worden betekend.