1. Indien de officier van justitie naar aanleiding van het ingestelde opsporingsonderzoek van oordeel is, dat vervolging moet plaatshebben, gaat hij daartoe zo spoedig mogelijk over.

  2. Van vervolging kan worden afgezien op gronden aan het algemeen belang ontleend. Aan die beslissing kunnen door de officier van justitie voorwaarden worden verbonden. Daarbij wordt in het bijzonder acht geslagen op de belangen van de benadeelde partij.

  3. Artikel 278, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. De kennisgeving behelst alsdan de beslissing niet te vervolgen.