1. Het openbaar ministerie kan in het belang van het onderzoek in strafzaken de medewerking inroepen van personen en lichamen, die op het gebied van de reclassering werkzaam zijn en aan deze, ingeval zij zich daartoe bereid hebben verklaard, opdrachten geven tot het verzamelen van gegevens betreffende de persoonlijkheid, de levensomstandigheden of de reclassering van een verdachte. Het verslag betreffende de uitvoering van de opdracht wordt schriftelijk of mondeling gegeven naar gelang het openbaar ministerie dat verzoekt.

  2. Indien het openbaar ministerie aan personen of lichamen, als bedoeld in het eerste lid, verzoekt om tot het bekomen van opdrachten of het uitbrengen van verslag betreffende de uitvoering van opdrachten ter terechtzitting of bij enig ander onderzoek in een strafzaak tegenwoordig te zijn of zich te laten vertegenwoordigen, geven zij daaraan zoveel mogelijk gevolg.