1. De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek bevelen dat een opsporingsambtenaar zonder toestemming van de rechthebbende een besloten plaats, niet zijnde een woning, betreedt, dan wel een technisch hulpmiddel aanwendt, teneinde die plaats op te nemen, aldaar sporen veilig te stellen of aldaar een technisch hulpmiddel te plaatsen teneinde de aanwezigheid of verplaatsing van een goed vast te kunnen stellen, in geval van:

    1. verdenking van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten;

    2. aanwijzingen van een terroristisch misdrijf.

  2. Het bevel, bedoeld in het eerste lid vermeldt, behalve de gegevens, bedoeld in artikel 177h, tevens de plaats waarop het bevel betrekking heeft.