1. De belanghebbenden, andere dan de veroordeelde, kunnen zich schriftelijk beklagen over de verbeurdverklaring van hun toebehorende voorwerpen of over de onttrekking van zodanige voorwerpen aan het verkeer. Geen beklag staat open, indien het bedrag, waarop de verbeurdverklaarde voorwerpen bij de uitspraak zijn geschat, is betaald of ingevorderd, dan wel vervangende vrijheidsstraf is toegepast.

  2. Het klaagschrift wordt, binnen drie maanden nadat de beslissing uitvoerbaar is geworden, ingediend ter griffie van het gerecht dat in hoogste feitelijke aanleg de beslissing heeft genomen.

  3. Het gerecht behandelt het klaagschrift in het openbaar.

  4. Tijdens de behandeling van het klaagschrift worden de klager en het openbaar ministerie in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. De beschikking van het gerecht is met redenen omkleed en wordt in het openbaar uitgesproken. Aan de klager wordt door de griffier tijdig te voren schriftelijk mededeling gedaan van de dag der uitspraak.

  5. Acht het gerecht het beklag gegrond, dan herroept het de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer en geeft een last, als bedoeld in artikel 397.

  6. Bij de herroeping van een verbeurdverklaring kan het gerecht de voorwerpen aan het verkeer onttrokken verklaren, indien zij daarvoor vatbaar zijn. De artikelen 35a, 35b en 37, laatste zinsnede, van het Wetboek van Strafrecht BES zijn van overeenkomstige toepassing.