1. De artikelen 127 tot en met 129 vinden ten aanzien van de rechter-commissaris overeenkomstige toepassing; de bemoeienissen van de officier van justitie, bij de artikelen 128 en 129 vermeld, worden bij het optreden van de rechter-commissaris door deze zo spoedig mogelijk overgenomen en voortgezet.

  2. De rechter-commissaris is bevoegd te bepalen dat van de inhoud van inbeslaggenomen gesloten pakketten, brieven, stukken en andere berichten, die aan de post, de telegrafie of een andere instelling van vervoer waren toevertrouwd, zal worden kennis genomen, voor zover zij klaarblijkelijk voor de verdachte bestemd of van hem afkomstig zijn.