1. Blijken de zaken na opening van belang voor het onderzoek, dan voegt de officier van justitie deze bij de processtukken of de stukken van overtuiging. In het tegenovergestelde geval worden zij, na door de officier van justitie te zijn gesloten, door deze onverwijld naar hun bestemming verzonden.

  2. Voor zover het belang van het onderzoek dit niet verbiedt, worden zij vooraf door de hulpofficier van justitie gewaarmerkt.

  3. De inhoud van de door de officier van justitie geopende zaken, voor zover deze niet bij de processtukken of de stukken van overtuiging zijn gevoegd, wordt door hem geheim gehouden. Gelijke geheimhouding wordt door hem en door de hulpofficier van justitie in acht genomen ter zake van de inlichtingen, in artikel 127, tweede lid, vermeld, voor zover daarvan niet uit de processtukken blijkt.

  4. Van de inbeslagneming, de teruggave, de opening en de verzending wordt door de officier van justitie proces-verbaal opgemaakt, dat bij de processtukken wordt gevoegd.