1. Tenzij het belang van het onderzoek dit dringend vordert, wordt tot inbeslagneming in een woning niet overgegaan dan nadat de bewoner of, indien hij afwezig is, een van zijn aanwezige huisgenoten is gehoord en vruchteloos uitgenodigd de voorwerpen vrijwillig af te geven ter inbeslagneming.

  2. Voor zover het belang van het onderzoek zich daartegen niet verzet, stelt de opsporende ambtenaar de bewoner of, indien deze afwezig is, een van zijn aanwezige huisgenoten in de gelegenheid, zich omtrent de ter plaatse aangetroffen en voor inbeslagneming vatbare voorwerpen te verklaren. Hetzelfde geldt ten aanzien van de verdachte, indien deze tegenwoordig is.

  3. De verdachte is bevoegd zich tijdens een huiszoeking door zijn raadsman te doen bijstaan, zonder dat het onderzoek daardoor mag worden opgehouden.