1. Opsporingsambtenaren kunnen te allen tijde voor inbeslagneming vatbare voorwerpen in beslag nemen en daartoe, in geval van ontdekking op heterdaad, zonodig elke plaats betreden.

  2. In geval van ontdekking op heterdaad zijn zij ter inbeslagneming tevens bevoegd in voer-, vaar- en luchtvaartuigen gericht en stelselmatig onderzoek te doen.

  3. De artikelen 155 tot en met 164 zijn van toepassing.