-
Hij die een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, wordt als schuldig aan valsheid in geschrift gestraft, met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
-
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt van het valse of vervalste geschrift als ware het echt en onvervalst dan wel opzettelijk zodanig geschrift aflevert of voorhanden heeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik.
-
Indien een feit, omschreven in het eerste of tweede lid, wordt gepleegd met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken, wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.
Wetboek van Strafrecht Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 15-03-2026.
Inhoud
Eerste Boek Algemene bepalingen
Titel I Omvang van de werking van de strafwet
Titel II Straffen
Titel IIA Maatregelen
Eerste afdeling Onttrekking aan het verkeer, ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel en schadevergoeding
Tweede afdeling Terbeschikkingstelling
Derde afdeling Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders
Vierde afdeling Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregelen
Titel III Uitsluiting en verhoging van strafbaarheid
Titel IIIa Gronden voor vermindering van straf
Titel IV Poging en voorbereiding
Titel V Deelneming aan strafbare feiten
Titel VI Samenloop van strafbare feiten
Titel VII Indiening en intrekking van de klacht bij misdrijven alleen op klacht vervolgbaar
Titel VIII Verval van het recht tot strafvordering en van de straf
Titel VIII A Bijzondere bepalingen voor jeugdigen en jongvolwassenen
- Artikel 77a
- Artikel 77b
- Artikel 77c
- Artikel 77d
- Artikel 77e
- Artikel 77f
- Artikel 77g
- Artikel 77h
- Artikel 77i
- Artikel 77l
- Artikel 77m
- Artikel 77ma
- Artikel 77n
- Artikel 77r
- Artikel 77s
- Artikel 77t
- Artikel 77w
- Artikel 77wa
- Artikel 77wb
- Artikel 77we
- Artikel 77x
- Artikel 77y
- Artikel 77z
- Artikel 77za
- Artikel 77aa
- Artikel 77bb
- Artikel 77gg
Titel IX Betekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen
- Artikel 78
- Artikel 78a
- Artikel 78b
- Artikel 78c
- Artikel 79
- Artikel 80
- Artikel 80bis
- Artikel 80ter
- Artikel 80quater
- Artikel 80quinquies
- Artikel 80sexies
- Artikel 80septies
- Artikel 81
- Artikel 82
- Artikel 82a
- Artikel 83
- Artikel 83a
- Artikel 83b
- Artikel 84
- Artikel 84bis
- Artikel 85
- Artikel 86
- Artikel 86a
- Artikel 86b
- Artikel 87
- Artikel 87a
- Artikel 87b
- Artikel 88
- Artikel 89
- Artikel 90
- Artikel 90bis
- Artikel 90ter
- Artikel 90quater
- Artikel 90quinquies
- Artikel 90sexies
- Artikel 90septies
- Artikel 90octies
- Artikel 90novies
Tweede Boek Misdrijven
Titel I Misdrijven tegen de veiligheid van de staat
Titel II Misdrijven tegen de koninklijke waardigheid
Titel III Misdrijven tegen hoofden van bevriende Staten en andere internationaal beschermde personen
Titel IV Misdrijven betreffende de uitoefening van staatsplichten en staatsrechten
Titel V Misdrijven tegen de openbare orde
- Artikel 131
- Artikel 132
- Artikel 133
- Artikel 134
- Artikel 134a
- Artikel 135
- Artikel 136
- Artikel 137
- Artikel 137c
- Artikel 137d
- Artikel 137e
- Artikel 137f
- Artikel 137g
- Artikel 137h
- Artikel 138
- Artikel 138a
- Artikel 138aa
- Artikel 138ab
- Artikel 138b
- Artikel 138c
- Artikel 139
- Artikel 139a
- Artikel 139b
- Artikel 139c
- Artikel 139d
- Artikel 139e
- Artikel 139f
- Artikel 139g
- Artikel 140
- Artikel 140a
- Artikel 141
- Artikel 141a
- Artikel 142
- Artikel 142a
- Artikel 143
- Artikel 144
- Artikel 145
- Artikel 146
- Artikel 148
- Artikel 149
- Artikel 150
- Artikel 151
- Artikel 151a
- Artikel 151b
- Artikel 151c
- Artikel 151d
- Artikel 151e
- Artikel 151f
- Artikel 152
Titel VII Misdrijven waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen wordt in gevaar gebracht
- Artikel 157
- Artikel 158
- Artikel 159
- Artikel 160
- Artikel 161
- Artikel 161bis
- Artikel 161ter
- Artikel 161quater
- Artikel 161quinquies
- Artikel 161sexies
- Artikel 161septies
- Artikel 162
- Artikel 162a
- Artikel 163
- Artikel 164
- Artikel 165
- Artikel 166
- Artikel 167
- Artikel 168
- Artikel 169
- Artikel 170
- Artikel 171
- Artikel 172
- Artikel 173
- Artikel 173a
- Artikel 173b
- Artikel 174
- Artikel 175
- Artikel 175a
- Artikel 175b
- Artikel 176
- Artikel 176a
- Artikel 176b
- Artikel 176c
Titel VIII Misdrijven tegen het openbaar gezag
- Artikel 177
- Artikel 178
- Artikel 178a
- Artikel 179
- Artikel 180
- Artikel 181
- Artikel 182
- Artikel 183
- Artikel 184
- Artikel 184a
- Artikel 185
- Artikel 185a
- Artikel 186
- Artikel 187
- Artikel 188
- Artikel 189
- Artikel 189a
- Artikel 190
- Artikel 191
- Artikel 192
- Artikel 192a
- Artikel 192b
- Artikel 192c
- Artikel 192d
- Artikel 193
- Artikel 194
- Artikel 195
- Artikel 196
- Artikel 197
- Artikel 197a
- Artikel 197b
- Artikel 197c
- Artikel 197d
- Artikel 198
- Artikel 199
- Artikel 200
- Artikel 201
- Artikel 202
- Artikel 203
- Artikel 204
- Artikel 205
- Artikel 206
Titel IX Meineed
Titel X Valsheid in muntspeciën en munt- en bankbiljetten
Titel XI Valsheid in zegels en merken
Titel XII Valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken
Titel XIII Misdrijven tegen de burgerlijke staat
Titel XIV Seksuele misdrijven
Titel XV Verlating van hulpbehoevenden
Titel XVI Belediging
Titel XVII Schending van geheimen
Titel XVIII Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid
Titel XIX Misdrijven tegen het leven gericht
Titel XIXA Afbreking van zwangerschap
Titel XX Mishandeling
Titel XXI Veroorzaken van de dood of van lichamelijk letsel door schuld
Titel XXII Diefstal en stroperij
Titel XXIII Afpersing en afdreiging
Titel XXIV Verduistering
Titel XXV Bedrog
Titel XXVI Benadeling van schuldeisers of rechthebbenden
Titel XXVII Vernieling of beschadiging
Titel XXVIII Ambtsmisdrijven
Titel XXIX Scheepvaart- en luchtvaartmisdrijven
- Artikel 381
- Artikel 382
- Artikel 383
- Artikel 384
- Artikel 385
- Artikel 385a
- Artikel 385b
- Artikel 385c
- Artikel 385d
- Artikel 386
- Artikel 387
- Artikel 389bis
- Artikel 389ter
- Artikel 390
- Artikel 395
- Artikel 396
- Artikel 397
- Artikel 400
- Artikel 401
- Artikel 402
- Artikel 403
- Artikel 405
- Artikel 406
- Artikel 407
- Artikel 408
- Artikel 409
- Artikel 410
- Artikel 411
- Artikel 412
- Artikel 413
- Artikel 414
- Artikel 415
- Artikel 415a
- Artikel 415b
- Artikel 415c
Titel XXX Begunstiging
Titel XXXA Witwassen
Titel XXXI Financieren van terrorisme
Derde Boek Overtredingen
Titel I Overtredingen betreffende de algemene veiligheid van personen en goederen
Titel II Overtredingen betreffende de openbare orde
- Artikel 429ter
- Artikel 429quater
- Artikel 429quinquies
- Artikel 430
- Artikel 430a
- Artikel 430b
- Artikel 431
- Artikel 435
- Artikel 435a
- Artikel 435b
- Artikel 435c
- Artikel 435d
- Artikel 435e
- Artikel 436
- Artikel 437
- Artikel 437bis
- Artikel 437ter
- Artikel 437quater
- Artikel 438
- Artikel 439
- Artikel 440
- Artikel 441
- Artikel 441a
- Artikel 441b
- Artikel 442
- Artikel 442a
Titel III Overtredingen betreffende het openbaar gezag
Titel IV Overtredingen betreffende de burgerlijke staat
Titel V Overtreding betreffende hulpbehoevenden
Titel VII Overtredingen betreffende de veldpolitie
Titel VIII Ambtsovertredingen
Titel IX Scheepvaartovertredingen
Titel XII
Artikel 226
-
De schuldige aan valsheid in geschrift wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien zij gepleegd is:
- 1°
in authentieke akten;
- 2°
in schuldbrieven of certificaten van schuld van enige staat, enige provincie, gemeente of openbare instelling;
- 3°
in aandelen of schuldbrieven of certificaten van aandeel of schuld van enige vereniging, stichting of vennootschap;
- 4°
in talons, dividend- of rentebewijzen behorende tot een der onder de beide voorgaande nummers omschreven stukken, of in de bewijzen in plaats van deze stukken uitgegeven;
- 5°
in krediet- of handelspapier.
- 1°
-
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt van enig in het eerste lid vermeld vals of vervalst geschrift als ware het echt en onvervalst, dan wel opzettelijk zodanig geschrift aflevert, voorhanden heeft, ontvangt, zich verschaft, vervoert, verkoopt of overdraagt, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik.
Artikel 227
-
Hij die in een authentieke akte een valse opgave doet opnemen aangaande een feit van welks waarheid de akte moet doen blijken, met het oogmerk om die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware zijn opgave in overeenstemming met de waarheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
-
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt van de akte als ware de inhoud in overeenstemming met de waarheid dan wel opzettelijk de akte aflevert of voorhanden heeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die akte bestemd is voor zodanig gebruik.
Artikel 227a
Hij die, anders dan door valsheid in geschrift, opzettelijk niet naar waarheid gegevens verstrekt aan degene door wie of door wiens tussenkomst enige verstrekking of tegemoetkoming wordt verleend, wordt, indien het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de verstrekte gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op die verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, gestraft met gevangenis straf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 227b
Hij die, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaat tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, wordt, indien het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 227c
-
Hij die, anders dan door valsheid in geschrift, opzettelijk niet naar waarheid gegevens verstrekt of in strijd met een op hem rustende verplichting nalaat gegevens te verstrekken, terwijl dat feit tot gevolg heeft dat middelen of activa afkomstig van de begroting van de Europese Unie of van een door of voor de Europese Unie beheerde begroting wederrechtelijk worden ontvangen of achtergehouden wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
-
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, anders dan door valsheid in geschrift, opzettelijk niet naar waarheid gegevens verstrekt of in strijd met een op hem rustende verplichting nalaat gegevens te verstrekken, terwijl dat feit tot gevolg heeft dat de middelen van de begroting van de Europese Unie of van een door of voor de Europese Unie beheerde begroting worden verminderd.
Artikel 228
-
De arts of verloskundige die opzettelijk een valse verklaring afgeeft nopens een geboorte, een oorzaak van overlijden dan wel nopens het al of niet bestaan of bestaan hebben van ziekten, zwakheden of gebreken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie.
-
Indien de verklaring wordt afgegeven met het oogmerk om iemand in een psychiatrisch ziekenhuis te doen opnemen of terughouden, wordt gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden of geldboete van de vijfde categorie opgelegd.
-
Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die opzettelijk van de valse verklaring gebruik maakt als ware de inhoud in overeenstemming met de waarheid.
Artikel 229
-
Hij die een schriftelijke geneeskundige verklaring nopens een oorzaak van overlijden, dan wel nopens het al of niet bestaan of bestaan hebben van ziekten, zwakheden of gebreken valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk om het openbaar gezag of verzekeraars te misleiden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie.
-
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, met gelijk oogmerk, van de valse of vervalste verklaring gebruik maakt als ware zij echt en onvervalst.
Artikel 230
-
Hij die een getuigschrift van goed gedrag, bekwaamheid, armoede, gebreken of andere omstandigheden valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk om het te gebruiken of door anderen te doen gebruiken tot het verkrijgen van een indienststelling of tot het opwekken van welwillendheid en hulpbetoon, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
-
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt van enig in het eerste lid vermeld vals of vervalst getuigschrift als ware het echt en onvervalst.
Artikel 231
-
Hij die een reisdocument, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of een ander identiteitsbewijs dat afgegeven is door een dienst of organisatie van vitaal of nationaal belang, valselijk opmaakt of vervalst, of een zodanig geschrift op grond van valse persoonsgegevens doet verstrekken dan wel een zodanig geschrift dat aan hem of een ander verstrekt is, ter beschikking stelt van een derde met het oogmerk het door deze te doen gebruiken als ware het aan hem verstrekt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
-
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die een reisdocument of een identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid aflevert of voorhanden heeft waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het vals of vervalst is, dan wel opzettelijk gebruik maakt van een vals of vervalst reisdocument of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk en wederrechtelijk gebruik maakt van een bij het bevoegd gezag als vermist opgegeven of een niet op zijn naam gesteld reisdocument of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid.
-
Artikel 225, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 231a
-
Hij die biometrische kenmerken of biometrische persoonsgegevens valselijk opmaakt of vervalst met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of te doen gebruiken in gevallen waarin die kenmerken of persoonsgegevens worden gebruikt voor het vaststellen van iemands identiteit, teneinde zijn identiteit te verhelen of de identiteit van een ander te verhelen of misbruiken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
-
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die in gevallen waarin biometrische kenmerken of biometrische persoonsgegevens worden gebruikt voor het vaststellen van iemands identiteit, opzettelijk gebruik maakt van valse of vervalste biometrische kenmerken of biometrische persoonsgegevens als waren deze echt en onvervalst met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen of de identiteit van een ander te misbruiken of opzettelijk gebruik maakt van biometrische kenmerken of biometrische persoonsgegevens van een ander met het oogmerk om de verdenking van een strafbaar feit op de ander of niet op hem te doen ontstaan.
-
Artikel 225, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 231b
Hij die opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruikt met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen of de identiteit van de ander te verhelen of misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 232
-
Hij die opzettelijk een niet-contant betaalinstrument dan wel een voor het publiek beschikbare kaart of een voor het publiek beschikbare drager van identificerende persoonsgegevens, bestemd voor het verrichten of verkrijgen van andere prestaties dan betalingen langs geautomatiseerde weg, valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk zich of een ander te bevoordelen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
-
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruikmaakt van een door misdrijf verkregen, vals of vervalst niet-contant betaalinstrument of van een door misdrijf verkregen, valse of vervalste kaart als waren deze echt of onvervalst dan wel opzettelijk een zodanig betaalinstrument of zodanige kaart aflevert, voorhanden heeft, ontvangt, zich verschaft, vervoert, invoert, uitvoert, verkoopt of overdraagt, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het niet-contante betaalinstrument of de kaart bestemd is voor zodanig gebruik.
Artikel 234
-
Hij die stoffen, voorwerpen of gegevens vervaardigt, ontvangt, zich verschaft, verkoopt, overdraagt, verwerft, vervoert, invoert, uitvoert, verspreidt, anderszins ter beschikking stelt of voorhanden heeft waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een der in de artikelen 226, eerste lid, onderdelen 2° tot en met 5°, 231, eerste lid, 231a, eerste lid, 231b en 232, eerste lid, omschreven misdrijven dan wel een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326, voor zover deze feiten betrekking hebben op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van de vierde categorie.
-
Artikel 225, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 235
-
Bij veroordeling wegens een der in deze titel omschreven misdrijven, kan de schuldige worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij het misdrijf begaan heeft.
-
Bij veroordeling wegens een der in de artikelen 225 tot en met 232 en artikel 234 omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°, 2° en 4°, vermelde rechten worden uitgesproken.