De aanslag ondernomen met het oogmerk om de Koning, de regerende Koningin of de Regent van het leven of de vrijheid te beroven of tot regeren ongeschikt te maken, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Wetboek van Strafrecht Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 15-03-2026.
Inhoud
Eerste Boek Algemene bepalingen
Titel I Omvang van de werking van de strafwet
Titel II Straffen
Titel IIA Maatregelen
Eerste afdeling Onttrekking aan het verkeer, ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel en schadevergoeding
Tweede afdeling Terbeschikkingstelling
Derde afdeling Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders
Vierde afdeling Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregelen
Titel III Uitsluiting en verhoging van strafbaarheid
Titel IIIa Gronden voor vermindering van straf
Titel IV Poging en voorbereiding
Titel V Deelneming aan strafbare feiten
Titel VI Samenloop van strafbare feiten
Titel VII Indiening en intrekking van de klacht bij misdrijven alleen op klacht vervolgbaar
Titel VIII Verval van het recht tot strafvordering en van de straf
Titel VIII A Bijzondere bepalingen voor jeugdigen en jongvolwassenen
- Artikel 77a
- Artikel 77b
- Artikel 77c
- Artikel 77d
- Artikel 77e
- Artikel 77f
- Artikel 77g
- Artikel 77h
- Artikel 77i
- Artikel 77l
- Artikel 77m
- Artikel 77ma
- Artikel 77n
- Artikel 77r
- Artikel 77s
- Artikel 77t
- Artikel 77w
- Artikel 77wa
- Artikel 77wb
- Artikel 77we
- Artikel 77x
- Artikel 77y
- Artikel 77z
- Artikel 77za
- Artikel 77aa
- Artikel 77bb
- Artikel 77gg
Titel IX Betekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen
- Artikel 78
- Artikel 78a
- Artikel 78b
- Artikel 78c
- Artikel 79
- Artikel 80
- Artikel 80bis
- Artikel 80ter
- Artikel 80quater
- Artikel 80quinquies
- Artikel 80sexies
- Artikel 80septies
- Artikel 81
- Artikel 82
- Artikel 82a
- Artikel 83
- Artikel 83a
- Artikel 83b
- Artikel 84
- Artikel 84bis
- Artikel 85
- Artikel 86
- Artikel 86a
- Artikel 86b
- Artikel 87
- Artikel 87a
- Artikel 87b
- Artikel 88
- Artikel 89
- Artikel 90
- Artikel 90bis
- Artikel 90ter
- Artikel 90quater
- Artikel 90quinquies
- Artikel 90sexies
- Artikel 90septies
- Artikel 90octies
- Artikel 90novies
Tweede Boek Misdrijven
Titel I Misdrijven tegen de veiligheid van de staat
Titel II Misdrijven tegen de koninklijke waardigheid
Titel III Misdrijven tegen hoofden van bevriende Staten en andere internationaal beschermde personen
Titel IV Misdrijven betreffende de uitoefening van staatsplichten en staatsrechten
Titel V Misdrijven tegen de openbare orde
- Artikel 131
- Artikel 132
- Artikel 133
- Artikel 134
- Artikel 134a
- Artikel 135
- Artikel 136
- Artikel 137
- Artikel 137c
- Artikel 137d
- Artikel 137e
- Artikel 137f
- Artikel 137g
- Artikel 137h
- Artikel 138
- Artikel 138a
- Artikel 138aa
- Artikel 138ab
- Artikel 138b
- Artikel 138c
- Artikel 139
- Artikel 139a
- Artikel 139b
- Artikel 139c
- Artikel 139d
- Artikel 139e
- Artikel 139f
- Artikel 139g
- Artikel 140
- Artikel 140a
- Artikel 141
- Artikel 141a
- Artikel 142
- Artikel 142a
- Artikel 143
- Artikel 144
- Artikel 145
- Artikel 146
- Artikel 148
- Artikel 149
- Artikel 150
- Artikel 151
- Artikel 151a
- Artikel 151b
- Artikel 151c
- Artikel 151d
- Artikel 151e
- Artikel 151f
- Artikel 152
Titel VII Misdrijven waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen wordt in gevaar gebracht
- Artikel 157
- Artikel 158
- Artikel 159
- Artikel 160
- Artikel 161
- Artikel 161bis
- Artikel 161ter
- Artikel 161quater
- Artikel 161quinquies
- Artikel 161sexies
- Artikel 161septies
- Artikel 162
- Artikel 162a
- Artikel 163
- Artikel 164
- Artikel 165
- Artikel 166
- Artikel 167
- Artikel 168
- Artikel 169
- Artikel 170
- Artikel 171
- Artikel 172
- Artikel 173
- Artikel 173a
- Artikel 173b
- Artikel 174
- Artikel 175
- Artikel 175a
- Artikel 175b
- Artikel 176
- Artikel 176a
- Artikel 176b
- Artikel 176c
Titel VIII Misdrijven tegen het openbaar gezag
- Artikel 177
- Artikel 178
- Artikel 178a
- Artikel 179
- Artikel 180
- Artikel 181
- Artikel 182
- Artikel 183
- Artikel 184
- Artikel 184a
- Artikel 185
- Artikel 185a
- Artikel 186
- Artikel 187
- Artikel 188
- Artikel 189
- Artikel 189a
- Artikel 190
- Artikel 191
- Artikel 192
- Artikel 192a
- Artikel 192b
- Artikel 192c
- Artikel 192d
- Artikel 193
- Artikel 194
- Artikel 195
- Artikel 196
- Artikel 197
- Artikel 197a
- Artikel 197b
- Artikel 197c
- Artikel 197d
- Artikel 198
- Artikel 199
- Artikel 200
- Artikel 201
- Artikel 202
- Artikel 203
- Artikel 204
- Artikel 205
- Artikel 206
Titel IX Meineed
Titel X Valsheid in muntspeciën en munt- en bankbiljetten
Titel XI Valsheid in zegels en merken
Titel XII Valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken
Titel XIII Misdrijven tegen de burgerlijke staat
Titel XIV Seksuele misdrijven
Titel XV Verlating van hulpbehoevenden
Titel XVI Belediging
Titel XVII Schending van geheimen
Titel XVIII Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid
Titel XIX Misdrijven tegen het leven gericht
Titel XIXA Afbreking van zwangerschap
Titel XX Mishandeling
Titel XXI Veroorzaken van de dood of van lichamelijk letsel door schuld
Titel XXII Diefstal en stroperij
Titel XXIII Afpersing en afdreiging
Titel XXIV Verduistering
Titel XXV Bedrog
Titel XXVI Benadeling van schuldeisers of rechthebbenden
Titel XXVII Vernieling of beschadiging
Titel XXVIII Ambtsmisdrijven
Titel XXIX Scheepvaart- en luchtvaartmisdrijven
- Artikel 381
- Artikel 382
- Artikel 383
- Artikel 384
- Artikel 385
- Artikel 385a
- Artikel 385b
- Artikel 385c
- Artikel 385d
- Artikel 386
- Artikel 387
- Artikel 389bis
- Artikel 389ter
- Artikel 390
- Artikel 395
- Artikel 396
- Artikel 397
- Artikel 400
- Artikel 401
- Artikel 402
- Artikel 403
- Artikel 405
- Artikel 406
- Artikel 407
- Artikel 408
- Artikel 409
- Artikel 410
- Artikel 411
- Artikel 412
- Artikel 413
- Artikel 414
- Artikel 415
- Artikel 415a
- Artikel 415b
- Artikel 415c
Titel XXX Begunstiging
Titel XXXA Witwassen
Titel XXXI Financieren van terrorisme
Derde Boek Overtredingen
Titel I Overtredingen betreffende de algemene veiligheid van personen en goederen
Titel II Overtredingen betreffende de openbare orde
- Artikel 429ter
- Artikel 429quater
- Artikel 429quinquies
- Artikel 430
- Artikel 430a
- Artikel 430b
- Artikel 431
- Artikel 435
- Artikel 435a
- Artikel 435b
- Artikel 435c
- Artikel 435d
- Artikel 435e
- Artikel 436
- Artikel 437
- Artikel 437bis
- Artikel 437ter
- Artikel 437quater
- Artikel 438
- Artikel 439
- Artikel 440
- Artikel 441
- Artikel 441a
- Artikel 441b
- Artikel 442
- Artikel 442a
Titel III Overtredingen betreffende het openbaar gezag
Titel IV Overtredingen betreffende de burgerlijke staat
Titel V Overtreding betreffende hulpbehoevenden
Titel VII Overtredingen betreffende de veldpolitie
Titel VIII Ambtsovertredingen
Titel IX Scheepvaartovertredingen
Titel I
Artikel 93
De aanslag ondernomen met het oogmerk om het Rijk geheel of gedeeltelijk onder vreemde heerschappij te brengen of om een deel daarvan af te scheiden, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 94
De aanslag ondernomen met het oogmerk om de grondwettige regeringsvorm of de orde van troonopvolging te vernietigen of op onwettige wijze te veranderen, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 95
Hij die door geweld of bedreiging met geweld een vergadering van de regeringsraad uiteenjaagt, tot het nemen of niet nemen van enig besluit dwingt, een lid uit die vergadering verwijdert of opzettelijk een lid verhindert die vergadering bij te wonen of daarin vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 95a
Hij die door geweld of bedreiging met geweld een vergadering van de raad van ministers uiteenjaagt, tot het nemen of niet nemen van enig besluit dwingt, een lid uit die vergadering verwijdert of opzettelijk een lid verhindert die vergadering bij te wonen of daarin vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 96
-
De samenspanning tot een der in de artikelen 92-95a omschreven misdrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie.
-
Dezelfde straf is toepasselijk op hem die, met het oogmerk om een der in de artikelen 92-95a omschreven misdrijven voor te bereiden of te bevorderen:
- 1°
een ander tracht te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen;
- 2°
gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf zich of anderen tracht te verschaffen;
- 3°
voorwerpen voorhanden heeft waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf;
- 4°
plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd zijn om aan anderen te worden medegedeeld, in gereedheid brengt of onder zich heeft;
- 5°
enige maatregel van regeringswege genomen om de uitvoering van het misdrijf te voorkomen of te onderdrukken, tracht te beletten, te belemmeren of te verijdelen.
- 1°
Artikel 97
-
Hij die met een buitenlandse mogendheid in verbinding treedt, met het oogmerk om haar tot het plegen van vijandelijkheden of het voeren van oorlog tegen de staat te bewegen, haar in het daartoe opgevatte voornemen te versterken, haar daarbij hulp toe te zeggen of bij de voorbereiding hulp te verlenen, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.
-
Handelingen gepleegd ter voorbereiding van een misdrijf als omschreven in het voorgaande lid, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 97a
Hij die met een in het buitenland gevestigd persoon of lichaam in verbinding treedt met het oogmerk om een zodanig persoon of lichaam tot het verschaffen van steun aan het voorbereiden, bevorderen of teweegbrengen van omwenteling te bewegen, om een zodanig persoon of lichaam in het daartoe opgevatte voornemen te versterken of aan een zodanig persoon of lichaam daarbij hulp toe te zeggen of te verlenen, of om omwenteling voor te bereiden, te bevorderen of teweeg te brengen, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 97b
Met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft:
- 1°
hij die enig voorwerp invoert dat geschikt is tot het verschaffen van stoffelijke steun aan het voorbereiden, bevorderen of teweegbrengen van omwenteling, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat het daartoe bestemd is;
- 2°
hij die enig voorwerp onder zich heeft of tot onderwerp van een overeenkomst maakt dat geschikt is tot het verschaffen van stoffelijke steun aan het voorbereiden, bevorderen of teweegbrengen van omwenteling, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden, dat het daartoe bestemd is en dat het voorwerp of enig ander voorwerp waarvoor het in de plaats is getreden, hetzij met die bestemming is ingevoerd, hetzij door of vanwege een in het buitenland gevestigd persoon of lichaam daartoe is bestemd.
Artikel 98
-
Hij die een inlichting waarvan de geheimhouding door het belang van de staat of van zijn bondgenoten wordt geboden, een voorwerp waaraan een zodanige inlichting kan worden ontleend, of zodanige gegevens opzettelijk verstrekt aan of ter beschikking stelt van een tot kennisneming daarvan niet gerechtigd persoon of lichaam, wordt, indien hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het een zodanige inlichting, een zodanig voorwerp of zodanige gegevens betreft, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.
-
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die een inlichting die van een verboden plaats afkomstig is en tot de veiligheid van de staat of van zijn bondgenoten in betrekking staat, een voorwerp waaraan een zodanige inlichting kan worden ontleend, of zodanige gegevens opzettelijk verstrekt aan of ter beschikking stelt van een tot kennisneming daarvan niet gerechtigd persoon of lichaam, indien hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het een zodanige inlichting, een zodanig voorwerp of zodanige gegevens betreft.
Artikel 98a
-
Hij die een inlichting, een voorwerp of gegevens als bedoeld in artikel 98, hetzij opzettelijk openbaar maakt, hetzij zonder daartoe gerechtigd te zijn opzettelijk verstrekt aan of ter beschikking stelt van een buitenlandse mogendheid, een in het buitenland gevestigd persoon of lichaam, dan wel een zodanig persoon of lichaam dat gevaar ontstaat dat de inlichting of de gegevens aan een buitenlandse mogendheid of aan een in het buitenland gevestigd persoon of lichaam bekend wordt, wordt, indien hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het een zodanige inlichting of zodanige gegevens betreft, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.
-
Indien de schuldige heeft gehandeld in tijd van oorlog dan wel in dienst of in opdracht van een buitenlandse mogendheid of van een in het buitenland gevestigd persoon of lichaam, kan levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie worden opgelegd.
-
Handelingen gepleegd ter voorbereiding van een misdrijf als omschreven in de voorgaande leden worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 98b
Hij aan wiens schuld te wijten is dat een inlichting, een voorwerp of gegevens als bedoeld in artikel 98, openbaar worden gemaakt of ter beschikking komt van een tot kennisneming daarvan niet gerechtigd persoon of lichaam, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
Artikel 98c
-
Met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft:
- 1°
hij die opzettelijk een inlichting, een voorwerp of gegevens als bedoeld in artikel 98, zonder daartoe gerechtigd te zijn, onder zich neemt of houdt;
- 2°
hij die enige handeling verricht, ondernomen met het oogmerk om, zonder daartoe gerechtigd te zijn, de beschikking te krijgen over een inlichting, een voorwerp of gegevens als bedoeld in artikel 98;
- 3°
hij die tersluik, onder een vals voorgeven, door middel van een vermomming of langs een andere dan de gewone toegang op of in een verboden plaats komt of tracht te komen, aldaar in dier voege aanwezig is, of zich op een van die wijzen of door een van die middelen vandaar verwijdert of tracht te verwijderen.
- 1°
-
De bepaling onder 3° is niet toepasselijk, indien de rechter blijkt dat de dader niet heeft gehandeld met het oogmerk bedoeld onder 2°.
Artikel 98d
-
Met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft hij die, wetende dat daarvan gevaar is te duchten voor de veiligheid van de staat, van zijn bondgenoten of van een volkenrechtelijke organisatie, voor de vitale infrastructuur, voor de integriteit en exclusiviteit van hoogwaardige technologieën, of voor de veiligheid van een of meer personen, opzettelijk in heimelijke betrokkenheid met een buitenlandse mogendheid
- 1°
schadetoebrengende handelingen verricht ten behoeve van die buitenlandse mogendheid; of
- 2°
aan die buitenlandse mogendheid onmiddellijk of middellijk inlichtingen, een voorwerp of gegevens verstrekt.
- 1°
-
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die een ander beweegt tot de in het eerste lid bedoelde handelingen.
-
Gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt opgelegd indien het feit:
in tijd van oorlog is gepleegd;
zwaar lichamelijk letsel of de dood ten gevolge heeft.
Artikel 99
Hij die een hem van regeringswege opgedragen onderhandeling met een buitenlandse mogendheid opzettelijk ten nadele van de staat voert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 100
Met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft:
- 1°
hij die, in geval van een oorlog waarin Nederland niet betrokken is, opzettelijk enige handeling verricht waardoor het gevaar ontstaat dat de staat in een oorlog wordt betrokken, of enig van regeringswege gegeven en bekendgemaakt bijzonder voorschrift tot handhaving van het niet deelnemen aan de oorlog opzettelijk overtreedt;
- 2°
hij die, in tijd van oorlog, enig voorschrift van regeringswege in het belang van de veiligheid van de staat gegeven en bekendgemaakt, opzettelijk overtreedt.
Artikel 101
De Nederlander die in het vooruitzicht van een oorlog met een buitenlandse mogendheid vrijwillig bij deze mogendheid in krijgsdienst treedt, wordt, indien de oorlog uitbreekt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 102
Met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft hij die opzettelijk, in tijd van oorlog, de vijand hulp verleent of de staat tegenover de vijand benadeelt.
Artikel 103
De samenspanning tot het in artikel 102 omschreven misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 103a
Niet strafbaar is hij die een der in de artikelen 102 en 103 omschreven misdrijven heeft begaan in de redelijke overtuiging het Nederlandse belang niet te schaden.
Artikel 104
Met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft hij die, in tijd van oorlog, zonder oogmerk om de vijand hulp te verlenen of de staat tegenover de vijand te benadelen, opzettelijk:
- 1°
een verspieder van de vijand opneemt, verbergt of voorthelpt;
- 2°
desertie van een krijgsman, in dienst van het Rijk, teweegbrengt of bevordert.
Artikel 105
-
Hij die, in tijd van oorlog, enige bedrieglijke handeling pleegt bij levering van benodigdheden ten dienste van de krijgsmacht, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.
-
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, met het opzicht over de levering van de goederen belast, de bedrieglijke handeling opzettelijk toelaat.
Artikel 106
-
Bij veroordeling wegens het in artikel 92 omschreven misdrijf, kan ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°-4°, vermelde rechten worden uitgesproken.
-
Bij veroordeling wegens een der in de artikelen 93-103 omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°-3°, vermelde rechten worden uitgesproken.
-
Bij veroordeling wegens het in artikel 105 omschreven misdrijf, kan de schuldige worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij het misdrijf begaan heeft en van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°-4°, vermelde rechten, en kan openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak worden gelast.
Artikel 107
De straffen gesteld op de in de artikelen 102-105 omschreven feiten, zijn toepasselijk indien een van die feiten wordt gepleegd tegen of met betrekking tot de bondgenoten van de staat in een gemeenschappelijke oorlog.
Artikel 107a
De artikelen 100, onder 2°, en 101-107 vinden overeenkomstige toepassing in geval van een gewapend conflict dat niet als oorlog kan worden aangemerkt en waarbij Nederland is betrokken, hetzij ter individuele of collectieve zelfverdediging, hetzij tot herstel van internationale vrede en veiligheid.