Hij die een algemeen voorschrift van politie, krachtens de Gemeentewet in buitengewone omstandigheden door de burgemeester, de voorzitter van de veiligheidsregio of de commissaris van de Koning in de provincie uitgevaardigd en afgekondigd, overtreedt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
Wetboek van Strafrecht Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 15-03-2026.
Inhoud
Eerste Boek Algemene bepalingen
Titel I Omvang van de werking van de strafwet
Titel II Straffen
Titel IIA Maatregelen
Eerste afdeling Onttrekking aan het verkeer, ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel en schadevergoeding
Tweede afdeling Terbeschikkingstelling
Derde afdeling Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders
Vierde afdeling Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregelen
Titel III Uitsluiting en verhoging van strafbaarheid
Titel IIIa Gronden voor vermindering van straf
Titel IV Poging en voorbereiding
Titel V Deelneming aan strafbare feiten
Titel VI Samenloop van strafbare feiten
Titel VII Indiening en intrekking van de klacht bij misdrijven alleen op klacht vervolgbaar
Titel VIII Verval van het recht tot strafvordering en van de straf
Titel VIII A Bijzondere bepalingen voor jeugdigen en jongvolwassenen
- Artikel 77a
- Artikel 77b
- Artikel 77c
- Artikel 77d
- Artikel 77e
- Artikel 77f
- Artikel 77g
- Artikel 77h
- Artikel 77i
- Artikel 77l
- Artikel 77m
- Artikel 77ma
- Artikel 77n
- Artikel 77r
- Artikel 77s
- Artikel 77t
- Artikel 77w
- Artikel 77wa
- Artikel 77wb
- Artikel 77we
- Artikel 77x
- Artikel 77y
- Artikel 77z
- Artikel 77za
- Artikel 77aa
- Artikel 77bb
- Artikel 77gg
Titel IX Betekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen
- Artikel 78
- Artikel 78a
- Artikel 78b
- Artikel 78c
- Artikel 79
- Artikel 80
- Artikel 80bis
- Artikel 80ter
- Artikel 80quater
- Artikel 80quinquies
- Artikel 80sexies
- Artikel 80septies
- Artikel 81
- Artikel 82
- Artikel 82a
- Artikel 83
- Artikel 83a
- Artikel 83b
- Artikel 84
- Artikel 84bis
- Artikel 85
- Artikel 86
- Artikel 86a
- Artikel 86b
- Artikel 87
- Artikel 87a
- Artikel 87b
- Artikel 88
- Artikel 89
- Artikel 90
- Artikel 90bis
- Artikel 90ter
- Artikel 90quater
- Artikel 90quinquies
- Artikel 90sexies
- Artikel 90septies
- Artikel 90octies
- Artikel 90novies
Tweede Boek Misdrijven
Titel I Misdrijven tegen de veiligheid van de staat
Titel II Misdrijven tegen de koninklijke waardigheid
Titel III Misdrijven tegen hoofden van bevriende Staten en andere internationaal beschermde personen
Titel IV Misdrijven betreffende de uitoefening van staatsplichten en staatsrechten
Titel V Misdrijven tegen de openbare orde
- Artikel 131
- Artikel 132
- Artikel 133
- Artikel 134
- Artikel 134a
- Artikel 135
- Artikel 136
- Artikel 137
- Artikel 137c
- Artikel 137d
- Artikel 137e
- Artikel 137f
- Artikel 137g
- Artikel 137h
- Artikel 138
- Artikel 138a
- Artikel 138aa
- Artikel 138ab
- Artikel 138b
- Artikel 138c
- Artikel 139
- Artikel 139a
- Artikel 139b
- Artikel 139c
- Artikel 139d
- Artikel 139e
- Artikel 139f
- Artikel 139g
- Artikel 140
- Artikel 140a
- Artikel 141
- Artikel 141a
- Artikel 142
- Artikel 142a
- Artikel 143
- Artikel 144
- Artikel 145
- Artikel 146
- Artikel 148
- Artikel 149
- Artikel 150
- Artikel 151
- Artikel 151a
- Artikel 151b
- Artikel 151c
- Artikel 151d
- Artikel 151e
- Artikel 151f
- Artikel 152
Titel VII Misdrijven waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen wordt in gevaar gebracht
- Artikel 157
- Artikel 158
- Artikel 159
- Artikel 160
- Artikel 161
- Artikel 161bis
- Artikel 161ter
- Artikel 161quater
- Artikel 161quinquies
- Artikel 161sexies
- Artikel 161septies
- Artikel 162
- Artikel 162a
- Artikel 163
- Artikel 164
- Artikel 165
- Artikel 166
- Artikel 167
- Artikel 168
- Artikel 169
- Artikel 170
- Artikel 171
- Artikel 172
- Artikel 173
- Artikel 173a
- Artikel 173b
- Artikel 174
- Artikel 175
- Artikel 175a
- Artikel 175b
- Artikel 176
- Artikel 176a
- Artikel 176b
- Artikel 176c
Titel VIII Misdrijven tegen het openbaar gezag
- Artikel 177
- Artikel 178
- Artikel 178a
- Artikel 179
- Artikel 180
- Artikel 181
- Artikel 182
- Artikel 183
- Artikel 184
- Artikel 184a
- Artikel 185
- Artikel 185a
- Artikel 186
- Artikel 187
- Artikel 188
- Artikel 189
- Artikel 189a
- Artikel 190
- Artikel 191
- Artikel 192
- Artikel 192a
- Artikel 192b
- Artikel 192c
- Artikel 192d
- Artikel 193
- Artikel 194
- Artikel 195
- Artikel 196
- Artikel 197
- Artikel 197a
- Artikel 197b
- Artikel 197c
- Artikel 197d
- Artikel 198
- Artikel 199
- Artikel 200
- Artikel 201
- Artikel 202
- Artikel 203
- Artikel 204
- Artikel 205
- Artikel 206
Titel IX Meineed
Titel X Valsheid in muntspeciën en munt- en bankbiljetten
Titel XI Valsheid in zegels en merken
Titel XII Valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken
Titel XIII Misdrijven tegen de burgerlijke staat
Titel XIV Seksuele misdrijven
Titel XV Verlating van hulpbehoevenden
Titel XVI Belediging
Titel XVII Schending van geheimen
Titel XVIII Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid
Titel XIX Misdrijven tegen het leven gericht
Titel XIXA Afbreking van zwangerschap
Titel XX Mishandeling
Titel XXI Veroorzaken van de dood of van lichamelijk letsel door schuld
Titel XXII Diefstal en stroperij
Titel XXIII Afpersing en afdreiging
Titel XXIV Verduistering
Titel XXV Bedrog
Titel XXVI Benadeling van schuldeisers of rechthebbenden
Titel XXVII Vernieling of beschadiging
Titel XXVIII Ambtsmisdrijven
Titel XXIX Scheepvaart- en luchtvaartmisdrijven
- Artikel 381
- Artikel 382
- Artikel 383
- Artikel 384
- Artikel 385
- Artikel 385a
- Artikel 385b
- Artikel 385c
- Artikel 385d
- Artikel 386
- Artikel 387
- Artikel 389bis
- Artikel 389ter
- Artikel 390
- Artikel 395
- Artikel 396
- Artikel 397
- Artikel 400
- Artikel 401
- Artikel 402
- Artikel 403
- Artikel 405
- Artikel 406
- Artikel 407
- Artikel 408
- Artikel 409
- Artikel 410
- Artikel 411
- Artikel 412
- Artikel 413
- Artikel 414
- Artikel 415
- Artikel 415a
- Artikel 415b
- Artikel 415c
Titel XXX Begunstiging
Titel XXXA Witwassen
Titel XXXI Financieren van terrorisme
Derde Boek Overtredingen
Titel I Overtredingen betreffende de algemene veiligheid van personen en goederen
Titel II Overtredingen betreffende de openbare orde
- Artikel 429ter
- Artikel 429quater
- Artikel 429quinquies
- Artikel 430
- Artikel 430a
- Artikel 430b
- Artikel 431
- Artikel 435
- Artikel 435a
- Artikel 435b
- Artikel 435c
- Artikel 435d
- Artikel 435e
- Artikel 436
- Artikel 437
- Artikel 437bis
- Artikel 437ter
- Artikel 437quater
- Artikel 438
- Artikel 439
- Artikel 440
- Artikel 441
- Artikel 441a
- Artikel 441b
- Artikel 442
- Artikel 442a
Titel III Overtredingen betreffende het openbaar gezag
Titel IV Overtredingen betreffende de burgerlijke staat
Titel V Overtreding betreffende hulpbehoevenden
Titel VII Overtredingen betreffende de veldpolitie
Titel VIII Ambtsovertredingen
Titel IX Scheepvaartovertredingen
Titel III
Artikel 444
Hij die, wettelijk als getuige, als deskundige of als tolk opgeroepen, wederrechtelijk wegblijft, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
Artikel 445
Hij die in zaken van minderjarigen of van onder curatele te stellen of gestelde personen, of van hen die in een psychiatrisch ziekenhuis zijn opgenomen, als bloedverwant, aangehuwde, echtgenoot, voogd, curator, voor de rechter geroepen om te worden gehoord, noch in persoon noch, waar dit is toegelaten, door tussenkomst van een gemachtigde verschijnt, zonder geldige reden van verschoning, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
Artikel 446
Hij die, bij het bestaan van gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of bij ontdekking van een misdrijf op heter daad, het hulpbetoon weigert dat de openbare macht van hem vordert en waartoe hij, zonder zich aan dadelijk gevaar bloot te stellen, in staat is, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
Artikel 446a
Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft hij die,
- 1°
nadat hij een bevoegdheid als bedoeld in artikel 539b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft uitgeoefend, dan wel
- 2°
nadat hem buiten het rechtsgebied van een rechtbank een aangehouden verdachte of een in beslag genomen voorwerp is overgeleverd, dan wel
- 3°
nadat hij buiten het rechtsgebied van een rechtbank op last van het openbaar ministerie een persoon heeft aangehouden,
niet onverwijld en op de snelst mogelijke wijze aan een bevoegde officier van justitie kennis geeft van de gegevens, bedoeld in artikel 539b, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, of nalaat te trachten ten spoedigste aanwijzingen van de officier van justitie te verkrijgen als bedoeld in het derde lid van dat artikel.
Artikel 447
Hij die een bekendmaking, vanwege het bevoegd gezag in het openbaar gedaan, wederrechtelijk afscheurt, onleesbaar maakt of beschadigt, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
Artikel 447a
Met geldboete van de tweede categorie wordt gestraft:
- 1°
hij die niet of niet behoorlijk voldoet aan enige verplichting, opgelegd in artikel 195 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de artikelen 192 en 178 derde lid van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, of opgelegd in de artikelen 785 en 786 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de artikelen 782 en 178 derde lid, naast artikel 771 van Boek 8 van dat Wetboek of in de algemene maatregelen van bestuur bedoeld in de artikelen 231 en 841 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;
- 2°
hij die het brandmerk, de benaming of kentekens op een teboekstaand schip, voorgeschreven in de onder 1° genoemde algemene maatregel van bestuur, verwijdert, verandert dan wel onduidelijk of onzichtbaar maakt op een andere wijze dan volgens die algemene maatregel van bestuur geoorloofd is;
- 3°
hij die niet of niet behoorlijk voldoet aan de verplichting, opgelegd in artikel 1304, tweede lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, of aan enige verplichting, opgelegd in een algemene maatregel van bestuur, uitgevaardigd krachtens artikel 1321 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 447b
Hij die een reisdocument, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of een ander identiteitsbewijs dat afgegeven is door een dienst of organisatie van vitaal of nationaal belang, dat hij voorhanden heeft, waarvan hij niet de houder is, of dat ingevolge een wettelijke bepaling moet worden ingeleverd, niet terstond wanneer hem dit mondeling door een daartoe bevoegde ambtenaar is bevolen, dan wel binnen veertien dagen, nadat hem dit bij aangetekend schrijven in persoon is medegedeeld inlevert, wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie.
Artikel 447c
Hij die, anders dan door valsheid in geschrift, aan degene door wie of door wiens tussenkomst enige verstrekking of tegemoetkoming wordt verleend, gegevens verstrekt die naar hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden niet met de waarheid in overeenstemming zijn, wordt, indien deze gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op die verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
Artikel 447d
Hij die, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, nalaat tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, wordt, indien deze gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
Artikel 447e (Niet voldoen wet ID)
Hij die niet voldoet aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden of medewerking te verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken, hem opgelegd krachtens de Wet op de identificatieplicht, het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht, de Overleveringswet, de Uitleveringswet, de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen, de Penitentiaire beginselenwet, de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg of de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten, wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie.