Wetboek van Strafrecht

Inhoud

Artikel 38la

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2012.
  1. Onze Minister kan de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege beëindigen ten aanzien van de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000.

  2. Toepassing van het eerste lid kan slechts geschieden ten aanzien van een vreemdeling voor wie door Onze Minister een passende voorziening in het land van herkomst is geregeld, gericht op in ieder geval vermindering van de stoornis en het daarmee samenhangende recidivegevaar en die daadwerkelijk uit Nederland is uitgezet.

  3. Aan de beëindiging wordt de voorwaarde verbonden dat de vreemdeling niet naar Nederland terugkeert.

  4. Indien Onze Minister het voornemen heeft om toepassing te geven aan het bepaalde in het eerste lid, stelt hij de veroordeelde van dit voornemen in kennis. Onze Minister kan over het voornemen tot toepassing van het eerste lid advies vragen aan het openbaar ministerie. In dat geval wordt het advies gevoegd bij de kennisgeving van het voornemen aan de veroordeelde.

  5. De veroordeelde kan binnen veertien dagen na ontvangst van de kennisgeving tegen het voornemen van Onze Minister een bezwaarschrift indienen bij het gerecht, dat in hoogste feitelijke instantie de tot vrijheidsbeneming strekkende sanctie heeft opgelegd. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van een tijdig ingediend bezwaarschrift onderzoekt het gerecht of Onze Minister bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot de voorgenomen beslissing kan komen. De veroordeelde wordt bij het onderzoek gehoord, althans opgeroepen. Indien niet blijkt dat de veroordeelde reeds een raadsman heeft, geeft de voorzitter aan het bureau rechtsbijstandvoorziening last tot toevoeging van een raadsman. De artikelen 21 tot en met 25 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing. Van zijn beslissing stelt het gerecht Onze Minister en de veroordeelde schriftelijk in kennis.

  6. De terbeschikkingstelling herleeft, indien de vreemdeling de voorwaarde, bedoeld in het derde lid, niet naleeft. In dat geval kan de rechter, op vordering van het openbaar ministerie, een last tot hervatting van de verpleging van overheidswege geven. De termijn van de terbeschikkingstelling begint te lopen op het tijdstip waarop de vreemdeling is aangehouden. Indien tussen de datum van uitzetting van de veroordeelde en de datum van indiening van de vordering door het openbaar ministerie een periode van drie jaar of meer is gelegen, is artikel 37, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

  7. De terbeschikkingstelling die op grond van het zesde lid is herleefd, eindigt van rechtswege, indien de officier van justitie een vordering als bedoeld in het zesde lid heeft ingediend en de rechter deze heeft afgewezen.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-09-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-03-2022 Historisch 26-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-04-2019 Historisch 01-03-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 16-10-2018 Historisch 19-09-2018 Historisch 01-07-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-03-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-07-2016 Historisch 20-04-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch 17-11-2015 Historisch 01-08-2015 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-07-2014 Historisch 01-05-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 01-03-2014 Historisch 15-02-2014 Historisch 20-01-2014 Historisch 06-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 15-11-2013 Historisch 01-09-2013 Historisch 20-08-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-04-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-11-2012 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 09-05-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 03-01-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 31-12-2011 Historisch 02-07-2011 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-03-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 10-10-2010 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-09-2010 Historisch 07-07-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2010.

Tekst van deze versie

  1. Onze Minister kan de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege beëindigen ten aanzien van de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000.

  2. Toepassing van het eerste lid kan slechts geschieden ten aanzien van een vreemdeling voor wie door Onze Minister een passende voorziening in het land van herkomst is geregeld, gericht op in ieder geval vermindering van de stoornis en het daarmee samenhangende recidivegevaar en die daadwerkelijk uit Nederland is uitgezet.

  3. Aan de beëindiging wordt de voorwaarde verbonden dat de vreemdeling niet naar Nederland terugkeert.

  4. Indien Onze Minister het voornemen heeft om toepassing te geven aan het bepaalde in het eerste lid, stelt hij de veroordeelde van dit voornemen in kennis. Onze Minister kan over het voornemen tot toepassing van het eerste lid advies vragen aan het openbaar ministerie. In dat geval wordt het advies gevoegd bij de kennisgeving van het voornemen aan de veroordeelde.

  5. De veroordeelde kan binnen veertien dagen na ontvangst van de kennisgeving tegen het voornemen van Onze Minister een bezwaarschrift indienen bij het gerecht, dat in hoogste feitelijke instantie de tot vrijheidsbeneming strekkende sanctie heeft opgelegd. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van een tijdig ingediend bezwaarschrift onderzoekt het gerecht of Onze Minister bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot de voorgenomen beslissing kan komen. De veroordeelde wordt bij het onderzoek gehoord, althans opgeroepen. Indien niet blijkt dat de veroordeelde reeds een raadsman heeft, geeft de voorzitter aan het bureau rechtsbijstandvoorziening last tot toevoeging van een raadsman. De artikelen 21 tot en met 25 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing. Van zijn beslissing stelt het gerecht Onze Minister en de veroordeelde schriftelijk in kennis.

  6. De terbeschikkingstelling herleeft, indien de vreemdeling de voorwaarde, bedoeld in het derde lid, niet naleeft. In dat geval kan de rechter, op vordering van het openbaar ministerie, een last tot hervatting van de verpleging van overheidswege geven. De termijn van de terbeschikkingstelling begint te lopen op het tijdstip waarop de vreemdeling is aangehouden. Indien tussen de datum van uitzetting van de veroordeelde en de datum van indiening van de vordering door het openbaar ministerie een periode van drie jaar of meer is gelegen, is artikel 37, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

  7. De terbeschikkingstelling die op grond van het zesde lid is herleefd, eindigt van rechtswege, indien de officier van justitie een vordering als bedoeld in het zesde lid heeft ingediend en de rechter deze heeft afgewezen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafrecht